|
Er hoeft geen stricte timing tussen de maaltijden en de insuline-injecties te zijn. Je kan dus gerust een insuline-injectie vóór, tijdens of na een maaltijd geven. Zorg er alleen voor dat je kat rond deze tijd en de eerste uren na de injectie enkele malen eet, zodat een te laag glucosegehalte tijdens de piekwerking van de insuline vermeden wordt.
Hou dus zeker een wakend oog in het zeil als je kat zou braken of diarrhee hebben of omwille van een andere ziekte minder of geen eetlust heeft. Pas desnoods de dosis insuline aan.
Je kan bijvoorbeeld constant een bakje met korrels ter beschikking houden.
Het is wel zo dat het vers verschaffen van voedsel de voedselopname stimuleert, zodat het bij moeilijke eters toch aangewezen kan zijn om maaltijden op bepaalde tijdstippen te verschaffen, bijv. 's morgens en s'avonds bij de insuline-injectie , 2 uur later en 4 uur later nogmaals.
Eten nà de piekwerking van de insuline is niet aan te raden. Kan je je kat toch niets weigeren, geef dan een beetje kip of tonijn. Zo'n snack met hoog eiwitgehalte en praktisch geen koolhydraten beïnvloedt de glucosespiegel nauwelijks.
Wat je ook beslist, wees consequent.
|