| Vermoed je hypoglycemie, voer dan onmiddellijk een meting uit.
ZONDER SYMPTOMEN
Soms meet je toevallig een dergelijk lage glucosespiegel, zonder dat je enig symptoom ziet.
Is het glucosegehalte lager dan 40 mg/dl, dien je kat dan glucose toe. Stamp een tablet fijn en los ze op in wat water. Is je kat bij bewustzijn en wil ze nog eten, meng dan de glucose onder wat voedsel. Wil ze dit niet opeten, dan kan je haar de glucoseoplossing met een spuitje (zonder naald!) in de muil toedienen. Dien dit in kleine hoeveelheden toe en zie erop toe dat je kat slikt.
Blijf dit gedurene zo'n 20 minuten toedienen en test opnieuw.
Ligt het glucosegehalte tussen 40 en 60 mg/dl, laat de kat dan eten of dien verder glucose toe. Het effect van glucose-toediening houdt niet lang aanl, zodat het belangrijk is dat je kat daarna weer gewoon gaat eten.
MILDE SYMPTOMEN
Probeer je kat te laten eten of geef glucose tot de glucosespiegel weer gaat stijgen en de symptomen verdwijnen. Test om de 20 minuten. Droogvoeder doet de glucosespiegel het snelst stijgen. Zorg ook hier weer dat je kat blijft eten en blijf haar in het oog houden, zeker als de piekwerking van de insuline nog niet bereikt is. Zelfs als er weinig of geen symptomen zijn, kan je kat het ene moment nog OK lijken en het volgende ogenblik een stuipaanval krijgen.
ERNSTIGE SYMPTOMEN
Kan je kat niet meer slikken, probeer dan de glucose-oplossing op het tandvlees en de wangen van je kat te wrijven. Heeft je kat stuipaanvallen, dan kan je ook glucose-oplossing met een spuitje via het rectum inbrengen. Spuit nooit iets in de mond van een kat die een stuipaanval heeft; ze kan erin stikken!
Meestal heb je geen tijd om je dierenarts te contacteren of je kat ernaartoe te voeren. Kan je haar toch in een minimum van tijd ter plaatse krijgen, blijf dan onderweg glucose toedienen.
Heb je geen glucosetabletjes bij de hand, dan kan je ook gebruik maken van stroop of honing. Suiker bestaat uit sacharose of sucrose, dat eerst in de lever nog moet gesplitst worden in glucose en fructose en daardoor trager werkt dan zuivere glucose.
Honing bevat gemiddeld zo'n 30% glucose naast fructose en sacharose en is dus een goede tweede keuze. Honing kan je ook gemakkelijk in het tandvlees wrijven.
Mensen met diabetes hebben meestal een spuitje met glucagon in voorraad. Glucagon doet de glucosespiegel weer stijgen omdat in de lever glucose vrijgemaakt wordt.
Zo'n GlucaGen Hypokit is niet goedkoop: 28,46 euro voor een eenmalige dosis van 1 ml.
De maximale effectieve dosis bij katten is 1 à 2 µg/kg lichaamsgewicht of 10 microgram voor een kat van bijv. 5 kg. Dit komt overeen met 1/100 ml of één maatstreepje van een U-100 spuitje.
Gebruik dus bij voorkeur een insulinespuitje in plaats van het spuitje in de Hypokit. Een hogere dosis zou niet schadelijk zijn, maar ook niet meer effect hebben.
Glucagon kan je ook subcutaan inspuiten, net zoals insuline. Het werkt dan slechts na een 20-tal minuten en de werking houdt ook niet zo lang aan.
Kan je in minder tijd bij je dierenarts geraken, neem de Hypokit dan mee zodat die de glucagon intraveneus kan toedienen; dan werkt die ogenblikkelijk. Eenmaal opgelost kan glucagon niet bewaard worden.
|