|
Alle katten, ongeacht ras of leeftijd, kunnen diabetes krijgen, maar meestal zijn het oudere, zwaarlijvige katten. Katers zijn vaker aangetast dan kattinnen. Een exacte oorzaak wordt meestal niet gevonden. Erfelijke aandoeningen, auto-immuunziekten, zwaarlijvigheid, aantastingen van de pancreas, verstoorde hormoonbalansen en sommige geneesmiddelen kunnen een mogelijke rol spelen.
Overgewicht - en het bijhorende gebrek aan lichaamsbeweging - is dus een belangrijke oorzaak.
Overgewicht heeft insulineresistentie tot gevolg. Het volstaat dan meestal om de kat terug naar een normaal gewicht te brengen om de symptomen - en de ziekte - te zien verminderen of zelfs verdwijnen.
Een koolhydraatrijke voeding is belastend voor de cellen in de pancreas die insuline produceren. Een hoog glucosegehalte in het bloed onderdrukt de insulinesecretie. In het begin is dit omkeerbaar maar later leidt dit tot afsterven van de cellen. Na controle van het glucosegehalte door insulinetoedieningen, kunnen de cellen bij katten echter voldoende herstellen om terug functioneel te worden zodat er niet langer insuline moet toegediend worden. We spreken dan van "remissie". Het is een gekend fenomeen bij katten die nog niet zo lang (bijv. een aantal maanden) diabetes hebben.
Medicijnen die diabetes kunnen veroorzaken zijn o.a. de "poezenpil" en middeltjes op basis van cortisone en afgeleiden, die bijvoorbeeld bij allergieën en jeuk gebruikt worden. Ze verminderen de gevoeligheid voor insuline, vooral bij herhaalde toediening of gebruik van langwerkende producten. Ze verhogen ook de eetlust en zorgen dus voor gewichtstoename, wat ook weer de gevoeligheid voor insuline doet afnemen.
|