| Spuitjes Insulinepen Werkwijze Medisch afval |
|
De plaats waar je injecteert, beïnvloedt de werking van insuline. Spuit je rechtstreeks in het bloed in, dan krijg je een ogenblikkelijke overdosis. Komt de insuline in vetweefsel terecht, dan duurt het te lang vooraleer die ter beschikking komt. Spierweefsel is goed, maar pijnlijk voor de kat. Doel is dus de insuline subcutaan, onder de huid, te injecteren op een plek waar er een goede bloedcirculatie is. De nek is de plaats bij uitstek omdat er veel losse en relatief ongevoelige huid aanwezig is.
Je hoeft de plaats waar je prikt niet te ontsmetten. |
| Om het spuitje te vullen, trek je de zuiger eerst naar beneden tot ongeveer de dosis die je wil inspuiten. |
 |
| Prik door de dop van de rechtop gehouden insulineflacon, en spuit de lucht in de flacon. |
 |
Draai vervolgens de flacon ondersteboven en trek de nodige hoeveelheid insuline op. Komt er nog wat lucht mee, trek dan wat meer insuline op en spuit het teveel samen met de luchtbelletjes terug in de flacon.
Trek de naald met spuit terug uit de flacon zonder nog aan de zuiger van de spuit te komen. |
 |
Berg de flacon weer op in de koelkast. Is de dop bevuild, dan kan je die met wat alcohol ontsmetten. Zorg ervoor dat die weer helemaal opgedroogd is vooraleer je hem weer gaat gebruiken. In normale omstandigheden is het niet nodig de dop telkens te ontsmetten.
Zoals je op de foto's ziet kan je ook uit een insulinepatroon zoals bijv. Lantus met een spuitje insuline optrekken. Na verloop van tijd kan het gebeuren dat de achterste dop van het patroon, die normaal door de stamper van de pen wordt ingeduwd, wat gaat uitpuilen. Trek dan de overtollige lucht die voor de overdruk zorgt met een ongebruikt spuitje uit het patroon. |
| Om de injectie toe te dienen, neem je het nekvel van de kat in een dikke plooi vast met de ene hand, heft die een paar centimer op en met de andere hand prik je ongeveer evenwijdig met de neklijn in de zo gevormde "tent". Duw met je duim de zuiger in en trek terug. That's it. Veel kans dat je kat de prik niet eens gemerkt heeft. |
 |
Ben je zenuwachtig om eraan te beginnen, oefen dan eerst met een spuitje en water op een zacht oppervlak, bijv. een teddybeer of een kussen, om je techniek te perfectioneren. Let er vooral op dat je bij het manipuleren van de spuit de zuiger niet op voorhand al induwt.
Controleer na de injectie of die wel goed toegediend is door over de injectieplaats te strelen. Voel je nattigheid, dan is niet alle insuline geinjecteerd. Ga echter in geen geval over tot een tweede injectie omdat er dan kans op overdosering (en hypoglycemie) is. Een injectie overslaan is niet dodelijk, een dubbele dosis kan dat wel zijn. Noteer het wel in je logboek, om eventueel te hoge bloedglucosewaarden bij meting achteraf te verklaren.
Begin je nog maar net met insuline-injecties, dan is het wel zo gemakkelijk om die te geven als de kat aan het eten is. Wen haar aan het aanraken van de nek terwijl ze eet. Je hebt dan het voordeel dat haar aandacht meer bij haar eten is en dat ze de prik niet ziet aankomen. Je zal al vlug merken dat je ook in andere posities gemakkelijk injecties kan geven.
Zijn er meerdere personen in je gezin die de injecties kunnen geven, hou dan een soort rooster bij waarop je aankruist als de injectie gegeven is. Zo vermijd je dat je kat geen of - erger - twee injecties krijgt.
Moet je voor langere tijd van huis en moet iemand anders in die tijd voor je kat zorgen, leer die dan ook hoe je de insulinespuitjes toedient. Omdat je het met insuline maar 1x kan voordoen, kan je de kat bijvoorbeeld met een flaconnetje steriele 0,9% NaCl-oplossing enkele proefinjecties laten geven, tot die persoon zich voldoende in staat voelt om de injecties alleen te geven. Als die eenmaal ziet hoe vlot dat wel gaat, is dat al heel wat minder afschrikwekkend. |
| |
| omhoog |
|
|
|