|
Bij het aanpassen van de dosis kan je best ook het dagelijks waterverbruik van de kat in aanmerking nemen om te bepalen of je de dosis insuline al dan niet moet verhogen.
De wateropname kan gemakkelijk gemeten worden. Meet vooraf de hoeveelheid water die je verstrekt en meet dagelijks op hetzelfde ogenblik hoeveel er nog van rest in het bakje.
Bij die ene moeilijke kat waar regelmatig testen onmogelijk is, is dit soms de enige parameter waarover je kan beschikken om de dosis aan te passen.
De wateropname moet over verschillende dagen gemeten worden, want kan van dag tot dag variëren, ook afhankelijk van de voeding.
Blikvoeding bevat veel water. Een gezonde kat zonder diabetes drinkt gemiddeld minder dan 10 ml/kg lichaamsgewicht per 24 uur met blikvoeding en minder dan 60 ml/kg met korrelvoeding.
Katten met diabetes die goed onder controle is, drinken in het algemeen minder dan 20 ml/kg bij blikvoeding en minder dan 70 ml/kg bij korrelvoeding.
Bedraagt de wateropname minder dan 40 ml/kg lichaamsgewicht ingeval van blikvoeding, of minder dan 100 ml/kg ingeval van korrelvoeding, behoud dan dezelfde dosis.
Ligt die hoger dan resp. 40 en 100 ml/kg, verhoog dan met een halve dosis.
Ga hier zeker heel geleidelijk en langzaam tewerk en wees bedacht op hypoglycemie.
|