|
Er bestaan verschillende types van wegwerpspuiten en naalden.
U-100 spuitjes zijn bedoeld om met insuline van 100 E/ml te gebruiken, zoals Lantus.
U-40 spuitjes gebruik je met insuline van 40 E/ml zoals Caninsulin.
Het is mogelijk om ook met Caninsulin U-100 spuitjes te gebruiken, je moet dan wel het aantal toe te dienen eenheden Caninsulin met een factor 2,5 vermenigvuldigen.
1 eenheid Caninsulin wordt dan 2,5 maatstreepje op de U-100 spuit. Je kan zo de eenheden (en vooral halve eenheden) beter doseren.
Omgekeerd gebruik je beter nooit U-40 spuitjes met insuline van 100 E/ml.
Voor katten zijn U-100 spuitjes van 0,3 ml meer dan voldoende. Je kan er tot 30 eenheden U-100 insuline of 12 eenheden U-40 insuline per keer mee toedienen.
Elk maatstreepje op zo'n spuit komt overeen met 1 eenheid. Bij spuitjes van 1 ml is dit immers 2 eenheden, wat het nauwkeurig doseren van kleine hoeveelheden bemoeilijk.
Bij de meeste U-100 spuitjes vormen naald en spuit een geheel. Dat heeft het voordeel dat de naald tijdens de injectie niet los kan komen en dat er minder "rest"insuline na de injectie in de spuit achterblijft, wat dus zuiniger is.
Bij Caninsulin krijg je standaard 10 U-40 spuitjes van 1 ml met afzonderlijke naald; een verwaarloosbare hoeveelheid aangezien je zo'n 150 dagen met één verpakking (10 flacons van 2,5 ml) toekomt. Je moet dus wel andere spuitjes aanschaffen.
Gooi die spuitjes echter niet weg, de spuitjes zonder naald kunnen nog handig zijn om bijv. glucose in de mond te spuiten ingeval van hypoglycemie.
Spuitjes koop je best in verpakkingen van 100 stuks. Vertel er wel bij dat het voor je suikerzieke huisdier is, als je niet voor een junk wil versleten worden. Vraag zonodig een attestje aan je dierenarts, sommige zaken willen je anders geen spuitjes verkopen.
De lengte en dikte van de naald kan van merk tot merk verschillen.
De dikte wordt in gauge uitgedrukt: 29G, 30 G... Hoe hoger het getal, hoe fijner de naald.
De meeste U-100 spuitjes hebben naalden van 29 of 30G. Dit komt overeen met een diameter van 0,33 resp. 0,30 mm.
Bij de Caninsulin-spuitjes zitten naalden van 27G (0,40 mm).
De lengte van de naalden kan variëren van 8 tot 12 mm (ook wel uitgedrukt in inches: 12 mm = 1/2”.
Een lengte van 12 mm is handiger bij katten. |
 |
| |
vlnr. Caninsulin spuitje U-40 1ml 0,40 x 12mm - Soft-Ject spuitje U-40 1 ml 0,40 x 12mm - BD Microfine spuitje 0,3ml 0,30 x 8mm- Terumo Myjector spuitje U-100 0,3ml 0,33 x 12mm |
| |
|
|
|
Het kan aanlokkelijk zijn om wegwerpspuitjes opnieuw te gebruiken. De naaldjes zijn echter heel dun en plooien gemakkelijk. De punt verliest ook aan scherpte bij het prikken in de flacon en de huid.
Dit geeft het risico dat de naald verstopt. Bovendien is er het risico op besmetting van de insuline in de flacon als je met een niet-steriele naald opnieuw in de flacon prikt. In principe doe je bij katten heel lang met een verpakking insuline, zodat je het risico op contaminatie moet beperken. Beter een spuitje wegwerpen dan je hele flacon insuline.
Omdat je zo lang met een flacon insuline doet, bewaar je die best in de koelkast. Insuline mag echter niet bevriezen of warmer dan 45°C bewaard worden.
Het is aangewezen steeds een reserveflacon op voorraad te hebben, mocht er iets met de huidige gebeuren. In de verpakkingen van Caninsulin en Lantus zitten meerdere flacons of patronen, zodat je altijd een voorraadje hebt.
Gebruik je Caninsulin, dan moet je voor gebruik de flacon een tiental keer rollen en zachtjes omdraaien (niet schudden om schuimvorming te vermijden!), om de insuline goed te laten oplossen. Bij heldere oplossingen zoals Lantus is dat niet nodig. |
| |
| omhoog |
|
|
|